Eigenbilzen
Rest van een voormalige hoeve (?) of mogelijk langgestrekte hoeve, ingekort aan de linkerzijde; stal en woonhuis (?). Bakstenen gebouw uit de tweede helft van de 19de eeuw, van thans zes traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen). Getoogde bakstenen muuropeningen: twee staldeuren, een woonhuisdeur (?) en een aantal kleine vensters; laadvenster in de achtergevel. Schob onder lessenaarsdak tegen de rechterzijgevel.
Gelegen op de plaats Berenbroek, een moerassige plaats onderaan de Scherpenberg, waar zich een bron en een aantal vijvers bevinden.
"Bearebrûk"
(Gram Parsons - Bob Buchanon - Tino Steegen )

Weet oot Eegebilze, verstoëke en 't grien
Lik 'n heel klein gehuchske, tès sjoon vur te zien
En viel ich mich tristig, bin ich nie goed gezind
Dan dink ich aon Baerebrûk, de dénne, de wind

Ich trok nao de vreemde, 'ch wol alles 'ns zien
Alle reekdom, plezierkes,
ich daach 'ch hab dat verdiend
Mé ich viel mich beater, ès 't wier begint
Ze roeppe mich jaovves, de denne, de wind

Tès moeilek begreepe, meziëre en péch
Vinste ooch èrgens aanes, zjus wei ich dich zèg
Mé ich viel mich beater, heer wui 't begint
Ze roeppe mich jaovves, de denne, de wind
VROEGER en NU
Eigenbilzen
Berenbroek
Berenbroek is een gehucht van Eigenbilzen. Door de uitgraving van het Albertkanaal werd het gescheiden van Eigenbilzen. Het grenst aan Gellik. Berenbroek ligt tegenover het recreatiedomein De Hoefaart
Muziektekst op einde van de pagina