Eigenbilzen
Natuurgebied
"De Hoefaert"
Dit natuurreservaat ligt op de steilrand tussen het Kempisch plateau en Vochtig-Haspengouw. Het reservaat wordt ontwaterd door de Molenbeek. In de Hoefaert is het naaldhout nog steeds in de meerderheid. Op recent gerooide percelen ontwikkelen zich echter loofbosjes met vooral eiken en berken. De vijvers in de beekdalen werden kunstmatig aangelegd. De naam Hoefaert verwijst naar de hoefstallen waar de ridders hun paarden lieten beslaan. Voor de wandelaars staan er op regelmatige afstand oriëntatieborden en rustbanken.
Contactpersoon:  Toerisme Bilzen

Telefoonnummer: +32 89 51 56 54
Email:  toerisme@bilzen.be
Daarna is het parcours licht heuvelachtig en loopt het door het bos, een bos dat eerst af en toe onderbroken wordt door een weide. Verderop verdwijnen de weides weer. In het gebied Hoefaert, op de grens van Eigenbilzen en Gellik, in het overgangsgebied tussen de Kempen en Vochtig Haspengouw, passeer je op een bepaald moment een ruïne. Ik vraag me af of het een gewoon huis geweest is, ik vind er nergens informatie over. Het is trouwens een van de weinige sporen van bebouwing op mijn route. Iets verder zie je ook heel even een glimp van een verbindingsweg, de enige op de route. Maar je blijft in het bos. Nog een stuk verder kom je weer langs een meer open gebied aan de rand van het bos. Helaas beland je dan in een zone met buitenverblijven. Gelukkig is er geen sprake van lintbebouwing of zelfs verharde wegen. Toch was ik blij dat ik die zone achter me kon laten. Door het bos, over golvende wegen en paden, wandel je dan tot bij je beginpunt.
Zeker in de herfst maak ik graag wandelingen die me door het bos voeren. Het Nationaal Park Hoge Kempen was nog eens aan de beurt. Ik koos voor een combinatie van twee routes van de kaart “Lietenberg” (genoemd naar een van de vijf zgn. toegangspoorten van het Nationale Park). De gebieden waar ik grotendeels door wandelde heten Roelerheide en Gellikerheide (hoewel er nergens meer sprake is van heide) en liggen in Zutendaal en Gellik (Lanaken) en misschien nog een heel klein stukje in Eigenbilzen. Ik combineerde een van de blauwe routes (er zijn er meer, maar ze overlappen elkaar gelukkig niet) met een van de groene routes (idem), samen goed voor ongeveer 8,5 km. (zo kort omdat het vrij vroeg donker is en ik pas laat kon vertrekken).
Eigenbilzen
Tekst liedje "Den Uffet"
Muziek: "Trég van de Brég"
(Bruce Springsteen - Tino Steegen)

's Mérges in de vrigte, és de mis nog heel leeg hink
Loop ich op den Uffet, heer den joste voëgel zink
'n eekjontsje dat krip mèt nen dénneknop in ne boom
Den Uffet, den Uffet, dae is toch alteed sjoon

's noenes ès de zon hoog aon den hiemel steet
lèp rond Tjeukes veiver ne zjogger in het zweer
De voëgele dei heerste nou bekan in elke boom
Den Uffet, den Uffet, dae is toch alteed sjoon

's Aoves zak de zon heel langzaam nao umleeg
't koëperrood vilt wèrm op de loecker ze gelaeg
Het biêkske van Steevere blink in de zilvere mund
Den Uffet, den Uffet, dae is toch alteed sjoon

Kaom ich op den Uffet, dan dink ich wier aon Paa
Dae koem heij alteed fitse of waandele met m'n maa
és kind loep ich hei heel vael en dat vergaet ich noots
Den Uffet, den Uffet, dae is toch alteed sjoon
Den Uffet, den Uffet, dae is toch alteed sjoon
Mijn startpunt was instapplaats Roelen (genoemd naar een van de Zutendaalse gehuchten), aan de rand van het bos. Het pad loopt direct het bos in, hoewel je eerst nooit ver van de bosrand verwijderd bent. Verderop gaat het iets dieper het bos in. De weg is veeleer vlak en modderig en loopt door een bos waarin hoofdzakelijk, maar niet alleen, naaldbomen staan. Je komt even langs een weide en dan duikt de route weer het bos in. Eerst blijft het nog vlak, maar dan begint het pad te dalen en zo bereik je weer de bosrand. Aan de andere kant is er een vochtig gebied met grasland/weiland. Dan gaat de route opnieuw het bos in en zo bereik je een schilderachtig plekjeKopie van Zutendaal eo 081031 11 waar de Roelerbeek door het bos stroomt.
De Historiek

Het noorden van Eigenbilzen (Haenegoed, Zangerheide en Hoefaert) was in het Ancien Régime de onverdeelde eigendom van de adellijke familie de Heusch. Hun kasteel Zangerheide is weliswaar afgebroken maar de monumentale hoeve de erbij hoorde bestaat nog steeds. Hetzelfde geldt voor "Huize Hoefaert"; thans gelegen in het gelijknamig natuurreservaat. Nadat dit familiebezit door de aanleg van het Albertkanaal in tweeën verdeeld was, verkocht de familie Lamberts de toenmalige eigenaar, het gedeelte ten oosten van het kanaal in 1932 aan de gemeente Eigenbilzen. Vanaf 1976 is hiervan een ca 60 hectaren groot gebied als natuurreservaat beschermd. Het grootste gedeelte van dit reservaat ligt op het grondgebied van Gellik (Lanaken) maar is eigendom van de gemeente Bilzen. De benaming "Hoefaart"verwijst naar de hoefstallen waar de ridders hun paarden lieten beslaan. Op regelmatige afstand zijn er oriëntatieborden en rustbanken aangebracht. Parking is voorzien langs de weg naar Gellik.
Het relëf en de ondergrond:

De Hoefaart ligt geografisch op de steilrand tussen het Kempens plateau (100m) en Vochtig-Haspengouw (60m). Het bovenste gedeelte van deze helling is vrij steil. Het onderste deel, dat veel zachter is, noemt men " een pediment". Het reservaat wordt ontwaterd door de Molenbeek die het Kempisch plateau ravijnvormig binnendringt maar eenmaal op het pendimant veel zachtere dalhellingen heeft. De ondergrond bestaat uit een opeenvolging van zanderige en kleïge formaties. Maasafzettingen met grinten en grove zanden en kleine ecologische dekzanden uit de laatste ijstijd.
Het landschap:

De natuurlijke vegetatie van de Hoefaart bestond uit een eiken-berkenbos. Zeker vanaf de middeleeuwen en wellicht reeds vroeger - de omgeving van Bilzen blikt immers op een zeer oude kolonisatie terug- werd dit loofbos stelselmatig gerooid of platgebrand en installeerde er zich een heidevegetatie. In het traditioneel middeleeuws landbouwsysteem werd de heide eeuwenlang beheerd en in stand gehouden door het grazend vee, vooral schaapskudden. De jonge boomscheuten werden afgevreten zodat het bos niet kon regenereren. Het herbebossingsdicreet van 1772, uitgevaardigd door Oostenrijks bewind luidde in deze regio een ware landschappelijke metamorfose in. Alle "woeste gronden" moesten immers herbebost worden. Men plantte naaldhout vooral als mijnhout geteeld. In de Hoefaart is het naaldhout nog steeds in de meerderheid. Op recent gerooide percelen ontwikkelen zich echter loofbosjes met vooral eiken en berken. De deels verlande vijvers in de beekdalen werden kunstmatig aangelegd.
Tekst liedje zie beneden aan deze pagina