Eigenbilzen
Pastoor Jozef Nassen  1956 - 1975
Van pastoor Nassen mogen we gerust getuigen dat hij een werker van erste klas geweest is tijdens zijn twintigjarig verblijf in de parochie. hij deinsde er niet voor terug de spade, het kapmes, de zaag, truweel en zelfs de verfborstel te hanteren.

Pastoor Nassen was nog maar pas in Eigenbilzen of hij begon met de geluidsinstallatie in de kerk, door zijn voorganger geplaatst, doch geen voldoening gaf, te vervangen door het systeem; Icorat klankzuilen.

De predikstoel stond toen aan de kommuniebank. Op 21 september 1956 was de installatie voltooid. Ze bestond uit een geluidsversterker en microfonen op altaar en preekstoel. de totale kostprijs bedroeg 20760 Fr

De winter van 1956 was zeer streng. Het vroor tot  16° C. Pastoor Nassen oordeelde, en de kerkraad ging ermee akkoord, dat er te alle prijze een moderne verwarmingsinstallatie tot stand zou moeten komen.
Bij de onderschrijving viel het lot op de firma Usimex met een bedrag van 232000 Fr.
Aanvankelijk werd pastoor Jozef Nassen als coadjutor van pastoor Meekers, door Mgr de Bisschop aangesteld.

Pastoor Nassen is geboren te Martenslinde op 13 december 1909. Hij werd priester gewijd te Luik in 1935.
Achtereenvolgens was hij kapelaan te Kimkenpois, leraar aan het college te Genk en kapelaan te Lanaken.

Pastoor Nassen kwam in Eigenbilzen toe op 6 september 1955. Hij werd definitief tot pastoor benoemd op 15 januari 1956, op de verjaardag van de eerste verschijning van OLV van Banneux. Zijn intsallatie had plaats op zondag 29 januari 1956 feest van Franciscus van Sales.
Pastoor Nassen kwam onverwachts te overlijden te Bilzen op 20 december 1994.
Eigenbilzen
Bij het uitvoeren der grondwerken deden zich grote moeilijkheden voor. Op zo’n vijf meter van de communiebank zat nog een muur van zo’n 80cm breedte, heel waarschijnlijk nog een restant van de schuin lopende koormuur van de vorige kerk. Men was genoodzaakt een gedeelte van de vloerstenen van het koor en de middenbeuk op te breken, om er eerst gangen te graven en dan buizen in te leggen. Door het graven van die gangen werden er resten van lijken bovengehaald, (knoken) die minstens twee of drie eeuwen geleden in het koor van de eerste kerk waren begraven. Die gangen werden gegraven tot bijna achter in de kerk, het zijn nog steeds de zelfde roosters die er nu nog zijn. Eind oktober waren de werken voltooid. Het materiaal kostte 10.000 Bfr. De daglonen werden niet geteld; die werden uitgevoerd door de
gemeentewerklieden ( Jan Broux en Jean Hubrechts) en behulpzame buitenstaanders ( zelfs kinderen werden aangesproken, die konden gemakkelijk door die kleinere gangen kruipen).
Met Kerstmis 1956 werd voor het eerst een kerststalletje met kribbe, ezel en aanbidders onder
de lindeboom aan de grote ingang van het kerkhof opgetimmerd.
Van 1955 tot 1966 heeft pastoor Nassen zonder kapelaan gezeten. De kapelanij werd in die tijd bewoond door rustende priesters.