Eigenbilzen
Het waren rare snuiters die drie heren van de Kattestraat, men mag wel zeggen dat ze zeer eerlijk waren.

Marie was niet tevreden met de handelswijze van de rare heren, daarom vertrok ze van huis weg, zo bleven ze nog met hun drieen over in het bouwvallige lemen huisje, er lag nergens geen vloer in het huis, alleen verharde grond.

Koken werd er gedaan op een houtkacheltje, de houtblok stond er naast,de sierduifjes vlogen binnen en buiten.Ook de geit e het hondje leefden in huis. leo zijn bed was gemaakt van canadapalen , in de grond gepland, er was zelfs een paal bij die wortels geschoten had achter zijn bed dat trouwens ook de slaapplaats was van de geit
Volksmond Eigenbilzenaren
ANEKDOTE
De kapelaan (Langkohr): en Giel wat is het eerste wat je 's morgens doet ?

Kattegiel : Op de kies sprengen en oan de vinster oot zèèke , meneer koppeloan.

Wie was HAONEKOER.

Haonekoer was "Jan Broux" geboren in 1849. Hij was de broer van Michel Broux (de oude Kattegiel en vader van de gekende Kattegiel) en ook de broer van Katrien Broux.

"Sieletrein" , is gehuwd met Swennen Marcel.

Haonekoer was een 1ste maal gehuwd in 1871 met Steegen Genoveva had daar 6 kinderen mee.
Hij huwde een tweede maal in 1894 met Meesters Anna.

" Siel" dit zijn de ouders van Mina de grootmoeder van Ely en Patrick Sillen.

Haonekoer heeft geleefd in de tweede helft van de 19de eeuw, het is hij die de bekende zin uitsprak tegen pastoor Spaas.

De pastoor was aan 't wandelen en kwam langs de schuur door waar Haonekoer aan 't dorsen was met één vlegel, wel zei meneer pastoor, Jan, dat heb ik nu nog nooit gezien ,dorsen met één vlegel, a wel zij Haone- koer, "dan zols het nouw oog nie zien" en sloeg de deur dicht voor de neus van de pastoor.
Haspeloeres en zijne vrouw !

Op de grenzen van een dorp dat ik hier niet noemen zal,
Stond een oud bouwvallig huisje, Langs den ouden dorperwal
Daar, daar woonde Haspeloeres, En Marij z'n goede vrouw,
In dit armzaal'ge hutje, Met die kromgebogen schouw.
Kom ik soms langs 't oude plekje Waar hun huisje heeft gestaan,
Denk ik nog aan Marij en Kobus, Aan mijn oog ontsnapt een traan.
Doch het oud versierde kruisje, Langs dien groenen hazelaar,
Roept heel luide : "In den hemel, Is den ouden Haspelaar !"

Albert van Eygenbilsen
Eigenbilzen
Sieletrien en haar zoon Pie
Ciele Trijn: Catharina Broux was gehuwd met Swennen Marcel (Ciel) hadden samen 7 kinderen waarvan: Katrien (Trijn) en Pieter (Pie) woonden aan de Beekomstraat eerste huis links, ongehuwd. Mina was gehuwd met Schoups Nicolas (Klèeske), woonden aan de Beekomstraat en Jan gehuwd met Claessens Katrien woonden aan de Lochtstraat. Ciele Trijn was de zuster van Haonekoer.

Vroeger was het de gewoonte dat bij gelegenheid van een gouden bruiloft met losse flodders geschoten werd. Enkele buren knapten dit werk op. Zo zou ook "Sieletrien" haar gouden bruiloft vieren. Zij vroeg aan haar zoon Pie:
"Pie, wè sjit is ver os gaue brolof hagen"?
Pie: "Wè sjeet heef mam"
Pastoor Frieke Swennen:
Pastoor Frieke Swennen ofwel beter gekend als Frieke van der Heles werd geboren op 25 april 1894 te Eigenbilzen en kwam er te overlijden op 26 mei 1986. Frieke werd priester gewijd te Luik op 26 mei 1923. Kort na zijn wijding tot diaken (1921) vermaande toenmalig pastoor Spaas hem: "Godfried nu ge bijna priester zijt moet ge toch wat minder vloeken".
Frieke antwoorde hierop:
" Ich wjet het meneer pastoor, mé ich dink nondejie nie traon"

Na zijn eremis in juni 1923 met veel toesprakenvan de notabelen en een hulde door de schoolkinderen beëindigde Frieke zijn dankwoord met de gevleugelde woorden:"Ich bedank den hele nondejie".
KATTEGIEL

Aan het einde van de Kattestraat , woonde Broux Michiel , met vrouwtje Gilissen Katrien . Zij hadden verschillende kinderen waaronder:
Leo - Giel en Marie. Omdat zij in de Kattestraat woonden noemde men hen Katte-Giel - Katte-Leo en Katte-Marie.

Hun zoon 'Katte-Leo' was de flierefluiter en steevast op vastenavond trok hij met stok en eierkorf door de straten, hij kreeg dan eieren en spek dat geregen werd op de stok, drie dagen na vastenavond waren ze wel alle drie ziek van het teveel eten in korte tijd.

Hun andere zoon Giel 'oftewel 'Kattegiel' was meer bescheiden, ging bij de boeren werken voor de kost en wat klederen.
Giel was getrouwd met Castermans Maria 'Katte-Marie', ze hadden 5 kinderen , waarvan Henri de meest bekende is.
Op latere leeftijd kreeg "Kattegiel" een baantje aan de gemeente als grafdelver.
Later is hij dan gaan wonen in Genk bij zijn zuster.