Eigenbilzen
Het kerkgebouw was in 1600 fel gehavend, zoals blijkt uit de visitaties van de aartsdiaken. De torenspits was bij een storm omver gewaaid en het hele gebouw leek op een ruďne. De kerk werd omstreeks 1620 hersteld, dank zij de inkomsten van de kerkfabriek, de armentafel, bijdragen van de parochianen en giften van gegoede burgers, die eikenbomen en andere zaken gaven. De schilderingen werden afgewassen en de muren gewit. Er werden in 1624 ook twee nieuwe klokken gegoten en men had toen reeds een torenuurwerk, dat door de koster moest onderhouden worden. In 1658 is er sprake van een school, die stond nabij de kerk op het kerkhof en bediend werd door de pastoor en soms door een kapelaan. Van de vroegere kerk is alleen de romaansgotische toren uit de 13de-14de eeuw overgebleven. Het schip werd tussen 1908 en 1910 in neogotische stijl herbouwd door architect Mathieu Christiaens van Tongeren. Het beeld van de H. Ursula, de patrones van de parochie, zou dateren uit de 17de eeuw en de twee biechtstoelen in Lodewijk XVI-stijl uit de 18de eeuw.

In 1747, na de slag van Lafelt, wordt de kerk door Franse troepen leeggeplunderd.
De Sint Ursulakerk van Eigenbilzen
De Romaans-gotische toren (13-14 de eeuw) werd in mergelzandstenen uitgevoerd.
De rest van het gebouw is neogotisch (1908-1910) het bestaat uit baksteen met imitatie-speklagen in gekleurde tegels. Het gebruik van zulke siertegels kenmerkt de eerste decennia van de 20ste eeuw en werd vooral in de kerkelijke architectuur toegepast. Het kerkhof rond de kerk in Eigenbilzen is thans buiten gebruik en door een sfeervolle beplanting vervangen . Lage struiken , in kruisvorm aangeplant vormen thans het groene decor voor een aantal oude grafkruisen.

Zowel door zijn geografische ligging op het hoogste punt ( + 91 m) van het door zijn monumentale architectuur profileert de Sint-Ursulakerk zich als een dorpsbeeldbepalend element. De centrale positie wordt extra benadrukt door niet minder dan zes straten die op het kerkplein convergeren.
In verhouding tot de rest van het gebouw is er sprake van een eerder slanke toren. Deze bestaat uit zes geledingen. Het rechthoekig portaal , de deur en bovenlicht zijn in een arduinen lijstwerk gevat. Het monumentale interieur, waarin de spitsboog domineert, is door kunstzinnige netgewelven overspannen. De robuuste, arduinen zuilen rusten op achtzijdige sokkels en zijn met knoppenkapitelen opgesmukt. Blindnissen ritmeren de langstraveeen van de dwarsbeuk. De zijkoren staan zowel met de transeptarmen als met het hoofdkoor in verbinding.
Neogotische kruisbasiliek
De neogotische kruisbasiliek, gebouwd in 1908-1910, sluit aan bij een gotische westertoren in mergelsteen en breuksteen. Onderste geleding in breuksteen en de bovenste in mergelsteen.
- De vier onderste geledingen dateren uit de 13de-14de eeuw.
- De twee bovenste werden toegevoegd na 1910.
In 2010 vierde de Sint - Ursulakerk haar 100-jarig bestaan. Het interieur werd flink opgeknapt en in augustus werd de jubileum viering uitgezonden op de nationale televisie
De kerk heeft een driebeukig schip van zes traveen, een transept, een koor met zijkoren en aan elke kant een sacristie.
Het bepleisterde interieur wordt gedomineerd door spitsbogen. De scheidingsbogen tussen het schip en de zijbeuken bevatten geglazuurde en gewone bakstenen.
In het meubilair vindt U onder meer een calvariekruis en een deel van de communiebank in eik (midden 19de eeuw). Enkele grafstenen gaan nog terug tot in de 18de eeuw.
Glasramen in kruisbeuken en koor Van noord naar zuid:
•Kruisiging met Maria en Johannes.
•Kruisafneming met Maria, Johannes en Maria Magdalene
•Slang in het aards paradijs.
•Adam en Eva in het aards paradijs.
•Musicerende engelen
•O.L. Vrouw, Koninging van Hemel en aarde
•Christus, Koning der Koningen.
•Johannes
•Musicerende engelen
•Uitdrijving van Adam en Eva uit het aards paradijs.
•Profeet Jesaa
•Boodschap aan Maria met engel Gabril
•Geboorte met de drie Wijzen en de herders.
Biechtstoelen
Uit eik. Lodewijk XVI-stijl (inde 18de eeuw). Noordelijke biechtstoel: Petrus in fronton. Zuidelijke biechtstoel: Maria Magdalena.
Heilige Ursula
Gepolychromeerd houten beeld uit de 17de eeuw. Patrones van de parochie. De heilige Ursula was volgens de legende de dochter van een christelijke koning. Ze werd uitgehuwelijkt aan een heidense prins. Samen met elfduizend andere maagden sloeg ze op de vlucht. Onderweg vielen de maagden in de handen van de Hunnen en samen met haar lotgenoten werd Ursula doorboord met pijlen. Daarom wordt ze vaak afgebeeld met een palm in de linkerhand en een pijl in de rechterhand. Zij is de patroonheilige van onder meer jonge meisjes, schoolkinderen en leraressen .
Preekstoel
Uit eik. Gedragen door het zinnebeeld "De Hoop", met kruis en kelk in de handen. Uit de eerste helft van de 19de eeuw. De panelen dateren uit de periode einde 17de begin 18de eeuw.
Clerinx-orgel uit 1852.
Beschermd in 2004.
"Treg oan de breg, Egebûlze gêt vèr"

Gevleugelde woorden uitgesproken door veldwachter Cornelis Meesters naar aanleiding van de kerkwijding in augustus 1910. Toen de wijdingsstoet met alle geestelijk en wereldlijke prominenten gevormd zou worden drumden de mensen uit de omliggende dorpen vóór de Eigenbilzenaren en kwam de veldwachter tussenbeide. Hij riep "Treg oan de breg, Egebûlze gêt vèr". De historische woorden waren geboren.
En die van Mopertingen voegden er nog aan toe "Anes wjot de kèrk nie gewijt".

Uit "Gedenkboek Eigenbilzen" september 1999

"Egebûlzen"

Egebûlzen bo het nog goed ès om te wunnen
met ze veld, zén wéi en bos.
Met z'n hei, z'ne brimp en mos.
Bo de klaore vlietende bjék
zich nog in honnet krinkels riek.

Kamiel Smeets
Een spitsboogvormige poort
(1932) waarop een H. Hartbeeld troont, verleent de toegang tot het kerkhof
Vanaf de kerstening en kerkelijke organisatie van onze streken is het gebied van het huidige Eigenbilzen afhankelijk van Gellik, dus de St Ursulakerk van Eigenbilzen was een dochterkerk van Gellik, hetgeen inhield dat de pastoor van Gellik het recht had er de pastoor of rector aan te stellen. De rector van Eigenbilzen mocht wel dopen en begraven en dat recht, zo heette het in 1624, was «boven 's mensen geheugenis oud».
Rond 1260 wordt de "locus" (plaats) Eigenbilzen dan als: "Specialem parochiam" (Bijzondere aparte parochie) erkend, toegewijd aan de H. Ursula. De pastoor van Gellik houdt evenwel een dikke vinger in de pap.

In 1712 waren er 150 huisgezinnen of ca. 750 inwoners, waar er dit in 1658 ca. 600 waren.
Eigenbilzen
De kerk: Het boek

Na oneindig veel opsporingswerk en heel veel engelengeduld is de geschiedenis van de kerk van Eigenbilzen in boekvorm verschenen van de hand van Ferdy JANS.
Een prachtig stuk geschiedenis over het ontstaan, de bouw, de pastoors, de kosters, de plannen, het kerkhof, de kerkraad en ga zo maar verder.....

Neem enkele avondjes vrij voor dit 101 bladzijde tellende
fascinerende boek over "De Sint Ursulakerk" van Eigenbilzen
De Sint Ursulakerk
De Gellikse pastoor bezit er het collatie- of patronaatsrechts ( het recht om er de dienstdoende pastoor tebenoemen) en een deel van de tienden.De andere tienden in de parochie Eigenbilzen- die in die periode Eigenbilzen, Hiemerick, Hommelen, Zangerij, Locht Mopertingen en een deel van Hoelbeek omvat- zijn in handen vande abdij van Munsterbilzen en Sinnich-Teuven. De tienden werden verdeeld tussen de abdij van Munsterbilzen, het klooster van Sinnich te Teuven in de Voerstreek en de pastoors van Gellik en Eigenbilzen.
De parochieherders of rectoren van Eigenbilzen overschouwen hun kudde vanop de Hartenberg, waar sinds de 11 eeuw een toren met een duidelijk defensief karakter staat. Daar worden de opeenvolgende kerken tegenaan gebouwd. In hun levensonderhoud moeten zij voorzien met in de 17 eeuw - de tiendenopbrengst van 5 ŕ 10 bunder grond aangevuld met het genot van een pastorie, de daarbijbehorende 120 vaten korenrente, een hof en een kleine weide. Als die er an zijn want in die periode valt ook Eigenbilzen meermaals ten proii aan militaire bezettingen en epedemiës zoals "de rode loop".