Eigenbilzen
De Kapelaans die in Eigenbilzen aangesteld waren
Evermodus Hubertus Sak ( 1900 - 1908)

Geboren te Hechtel op 8 april 1875 Priester gewijd voor het bisdom Luik op 22 april 1900
Was coadjutor te Overrepen en te Eigenbilzen als coadjutor van pastoor Van Leemput.
Op 19 november 1900 werd hij kapelaan in Eigenbilzen De nieuwe kapelaan had in
afwachting dat er een kapelanij zou gebouwd worden zijn intrek genomen bij Swennen -
Martens Willem, oud burgemeester op de Dorpsstraat. In het voorjaar van 1902 is men begonnen met het metselwerk aan de nieuwe kapelanij.
In de maand november kon de kapelaan zijn intrek nemen in de nieuwe kapelanij, maar deze was nog niet helemaal afgewerkt. Deze aanstelling van een kapelaan nam veel werk af van onze pastoor die druk bezig was met de bouw van de nieuwe kerk.
Op 11 oktober 1908 verliet hij onze parochie om zijn intrek te nemen bij de Witheren van de abdij van Averbode. Vertrok naar Brazilië op 22 november 1910, was daar leraar aan het college van Petropolis en aan het seminarie van Pirapora tot begin 1933. In mei 1922 bracht hij een bezoek aan Eigenbilzen om zijn oude kennissen te bezoeken en de mooie nieuwe kerk te bewonderen. Werd pastoor benoemd te Averbode op 4 mei 1933 en nam ontslag als pastoor op 1 oktober 1942. Was ook Norbertijner kanunnik van Averbode.
Overleed te Diest op 21 september 1957.
Jaak  Goldstein (1908 - 1925)

In 1908 werd de E.H. Jaak Goldstein in onze parochie aangesteld als kapelaan in opvolging van de E.H. Sak.
Goldstein werd geboren te Rotem in 1884 en werd priester gewijd te Luik in 1908. Daarna zou hij aangesteld worden als kapelaan te Eigenbilzen.

Hij zou hier werk genoeg vinden door de bouw van de nieuwe kerk. Hierbij werd hij bijgestaan door Lathouwers Thomas (1885-1942), orgelist en door Swennen Jan (1891-1970) koster, die beiden nog
vele jaren hun ambt vervulden. Hij was de gevierde leider van het zangkoor.
Tijdens de oorlog van 14-18 heeft hij zich verdienstelijk gemaakt door de steun en de medewerking die hij verleende aan de in 1815, door de Verenigde Staten en Spanje opgericht Nationaal Hulp- en voedingskommiteit.
In 1910, onder Paus X mocht de eerste H. kommunie ook uitgereikt worden aan de kinderen die de ouderdom van zeven jaren bereikt hadden. Kapelaan Goldstein bereidde hen voor door het geven van speciale Katechismuslessen.
Kapelaan Goldstein verliet onze parochie in 1925 ongeveer in dezelfde periode als pastoor Spaas.
Hij werd achtereenvolgens pastoor te Linkhout en te Hasselt. Hij is overleden in Hasselt in de Salvatorkliniek.
Andreas Vandooren 1770 - 1829

Geboren te Hoelbeek op12/03/1770. Hij is tot priester gewijd te Luik in 1807, hij was kapelaan te Waltwilder 1808, assistent te Vlijtingen 1812, kapelaan te Eigenbilzen tot 1819 en pastoor te Gellik tot 1850.
Sommige bronnen beweren dat te Eigenbilzen geen kapelaan of hulppastoor geweest is van 1810 tot 1829. Dit doodsprentje bewijst dat van 1812 tot 1819 E.H. Andreas Vandooren kapelaan was te Eigenbilzen
Joannes Withofs

Joannes Withofs was de zoon van de gekende notaris Simon Withofs (1713 - 1801)
Hij werd gedoopt op 23 januari 1750. Terwijl hij in Eigenbilzen kapelaan was onder pastoor  F. de Thier was hij ook rector van de zogenaamde "capella castralis" van Mopertingen. Hij overleed als pastoor te Riemst op 8 mei 1832. Tijdens de Franse overheersing weigerde hij de eed van trouw af te leggen aan de Franse republiek. Deze eed werd de geestelijkheid opgelegd bij decreet van 26 augustus 1792
Michiel Meesters (1691-1779)

Van Michiel Meesters weten we enkel dat hij geboren is te Eigenbilzen in 1691 en dat hij overleden is in 1779. Hij moet hier kapelaan geweest zijn rond 1730 toen pastoor F. de Thier (1731-1786) hier pastoor was. Op 25/03/1765 stichtte hij een jaargetijde.
op 12/02/1733 werd hij benoemd tot rector van de kapel van Mopertingen door de eigenaar van het kasteel Allard en Willem van Eyck.
Petrus Vansichen (1768 - 1791)

Petrus was de oudste zoon van Hubert Vansichen. Hij werd gedoopt op 1 april 1768 en overleed plotseling te Eigenbilzen op 12.06.1810 op de ouderdom van slechts 42 jaar. Zijn pastoor was Jan Baptiste Smeets
Theodoor Nysten ( 1829- 1837)

Van waar kapelaan Nysten kwam weten we niet en evenmin hoe lang hij in Eigenbilzen kapelaan is geweest. De bevolkingsregisters waren toen hier nog niet in voege. We weten wel dat hij op 26/02/1832 ingeschreven stond op de lijst der ingezetenen die ontslagen waren van de burgerwachtdienst.
Hij was kapelaan onder pastoor Swennen.
Mathijs Hoho ( 1844 - 1846)

Op 10 augustus stuurde de parochieraad een schrijven naar Mgr Van Bommel, bisschop van Luik, met het verzoek zo gauw mogelijk een nieuwe kapelaan te bekomen. De volgende redenen werden aangehaald;
1° De grote uitgestrektheid van de parochie
2° het groot aantaal zielen
3° De talrijke geschillen die zich voordoen en dewelke de kapelaan gemakkelijk kan beslechten tot 
     geestelijk en tijdelijk welzijn van de inwoners.
4° Dat de parochie sinds onheugelijke tijden in het bezit geweest is van een kapelaan.
De brief werd ondertekend door J. Withofs W. Loyen en M. Martens

Hetzelfde jaar werd dan Mathijs Hoho tot kapelaan benoemd te Eigenbilzen. Uit parochieregisters weten we dat hij op 3 mei 1845 als voorzitter gekozen werd van het armenbureel en dat hij toen 26 jaar oud was. Hij zou dus geboren zijn in het jaar 1819. In 1846 heeft hij de parochie verlaten. Slechts twee jaren was hij hier kapelaan geweest van pastoor Swennen.
Willem Boelen ( 1847 - 1865)

Kapelaan Boelen was afkomstig van Hoelbeek en was de zoon van Theodoor Boelen, (1773-1861 geboren te Waltwilder en gehuwd in 1794 met Boelen Anne (1765 - 1815) van Hoelbeek )
Willem Boelen werd geboren op 30 november 1805. Achtereenvolgens was hij coadjutor te Zevenheim (Bisdom Roermond), kapelaan te Heusden en te Zepperen. Na een vijftal jaren rust genomen te hebben werd hij in 1847 aangesteld tot kapelaan te Eigenbilzen, van 1847-1849 van pastoor Swennen en daarna van pastoor Verjans van 1850 tot 1865. In de loop van dat jaar werd hij aangesteld als pastoor te Romershoven waar hij verbleef tot 1876 Dan ging hij op rust in Waltwilder waar hij stierf op 23 februari 1878. Tijdens zijn verblijf alhier was hij gehuisvest in het huis van dame Cruts van Zangerij dat men nog jaren lang in de volksmond "de oude kapelanie" heeft betiteld. Kapelaan Boelen had als huishoudster juffrouw Swennen Marie (1832-1859) dochter van Swennen Willem (1782-1853) en van Jans Ida (1785 - 1855)
Mathias Swennen ( 1857 - 1860)

Tijdens het verblijf van kapelaan Boelen in de parochie verkreeg pastoor Verjans ook nog als coadjutor, een priester afkomstig uit Eigenbilzen, genaamd Swennen Mathias, geboren 2n november 1806. Hij was de zoon van Michel Swennen (1768-1839) en Katrien Vandooren (1768-1850) afkomstig van Hoelbeek.
Hij werd priester gewijd te Luik in 1834 en was achtereenvolgens kapelaan te Vlijtingen, in 1834 coadjutor te Gellik in 1847, kapelaan te Veldwezelt in 1850 en dan coadjutor te Eigenbilzen in 1857. Hij overleed te Tienen op 07/07/1860 uitgeput door een langdurige zenuwziekte. Hij werd begraven in het klooster der Alexianen te Tienen. Een plechtige lijkdienst werd opgedragen in de kek van Eigenbilzen op 17 juli 1860.
Renier Swennen (1794 - 1874)

In de bevolkingsregisters staat Renier Swennen ingeschreven als priester-landbouwer. Hij was de jongste zoon van de zes kinderen van Michiel (1740-1833) en Broeders Maria (1747-1794) die huwden in 1778.
Renier werd geboren te Mopertingen op 7 maart 1794. Hij werd priester gewijd te Mechelenop 6 maart 1819. Voor een korte tijd werd hij kapelaan te Romershoven om vervolgens naar Eigenbilzen te komen waar hij tot aan zijn dood in 1874 onderdak vond in een huis in de Winkelomstraat. Hij las de mis in onze kerk maar ook in de kapel van het kasteel Zangerij. Voor de jaren 1820 - 1821 en 1822 verkreeg hij van de staat een traktement van 100 gulden. De toenmalige pastoor Jan Smeets was niet meer in staat om de parochie alleen te bedienen omdat hij gehandicapt was. De scout Colpin moest hem die jaarwedde uitbetalen op verzoek van de commissaris van het distrikt Maastricht.
In 1882 onder pastoor Smeets, (die stierf in 1848), toen de school op de Hartenberg nog niet gebouwd was en men zijn toevlucht moest nemen tot noodlokalen, had hij een plaats van zijn woning ter beschikking gesteld van de onderwijzer en de schoolkinderen. Hij kreeg hier 28,44 Fr voor als huur.
Na zijn overlijden in 1874 werd hij begraven op het oude kerkhof.
Petrus Josephus Leenders (1865 - 1871)

Kapelaan Leenders was geboren te Boorsem op 16 november 1825. Als teringlijder kwijnde hij langzamerhand weg en overleed op 15 januari 1871. Zijn laatste wilsbeschikking was om begraven te worden op het kerkhof van zijn geboortedorp langs het graf van zijn moeder zaliger.
Hij stichtte te Eigenbilzen een jaargetijde en liet 2000 Fr na voor het celebreren van missen na zijn dood. Ook doneerde hij aan de kerk van Boorsem een bedrag van 1600 Fr voor de aankoop van twee biechtstoelen. Daarbij verleende hij ook nog een aanzienlijke gift te verdelen onder de armen van Boorsem en Kotem.
Franciscus Dominucus Hubertus Geyen ( 1873-1877)

Twee jaar na de dood van kapelaan Leenders werd Franciscus Dominicus Hubertus Geyen, geboren te Sittard op 8 januari 1843, priester gewijd te Roermond in 1871. In 1873 aangesteld tot kapelaan te Eigenbilzen. Hij kwam van Meeuwen waar hij twee jaren kapelaan was geweest. In 1877 was hij de medestichter van de fanfare Aurora. Dit viel niet in de smaak van pastoor Verjans. Hij werd dan ook door Mgr Montpellier bisschop van Luik, overgeplaatst naar Koersel. Door ziekte aangetast overleed hij op 18 februari 1879. Zijn afsterven deed pastoor Verjans met weemoed terugdenken aan het heengaan, in een tijdspanne van acht jaar, van drie zijner oude kapelaans namelijk Leenders, Boelen en Geyen.
André Pollenus (1882 - 1883)

Onder het liberaal bewind (1879-1883) werd de plaats van kapelaan te Eigenbilzen afgeschaft. Niettemin kwam André Pollenus geboren te Kermt in 1849, in het jaar 1882 als kapelaan naar Eigenbilzen. In 1983 werd hij verplicht de parochie te verlaten en hij werd dan overgeplaatst naar Paal.
Gerard Stevens ( 1925 - 1928)

Kapelaan Gerard Stevens was afkomstig van Vlijtingen waar hij het licht zag in 1891. Zijn middelbare studie voltrok hij aan het Klein seminarie te St Roch. Vervolgens studeerde hij wijsbegeerte en St Truiden en Godgeleerdheid in het Groot seminarie te Luik.
In 1916 tijdens de oorlog werd hij priester gewijd te Luik door Mgr Rutten.
Kapelaan Stevens verbleef slechts drie jaar in onze parochie. Na een kortstondige ziekte overleed hij in 1928 te Rosmeer, in zijn geboortedorp. Hij was amper 37 jaar oud. Hij was kapelaan onder het pastoorschap van EH Laenen.
Hendrik Paradis ( 1928 - 1932)

Kapelaan Stevens werd onmiddellijk opgevolgd door kapelaan Henrdik Paradis. Deze was geboren te Gruitrode op 2 juni 1897. Hij werd priester gewijd te Luik op 10 juni 1922. Achtereenvolgens was hij kapelaan te Tilleur, Borgworm en Eigenbilzen, Kwaadmechelen en Kuringen. Van 1942 tot 1963 was hij pastoor te Engelmanshoven en te Guigoven.
Vanaf 1963 was hij rustend pastoor de St Lambrechts-Herk waar hij overleed op 10 november 1976.
De begrafenisplechtigheid vond plaats in de parochiekerk van St Lambrechts Herk op zaterdag 13 november 1976.
M. Roozen (1932 - 1941)

Kapelaan Roozen werd geboren te Overpelt op 14 februari 1901. Na zijn priesterwijding te Luik op 29/06/1929 werd hij aldaar kapelaan benoemd in de kerk van Ste Marguerite.  In 1932 werd hij kapelaan benoemd te Eigenbilzen. Hij vertrok hier in 1941 en werd kapelaan te Meeuwen. Niet lang nadien werd hij pastoor te Sluizen en dan te Tongeren in de St Janskerk. Hij ging op rust als rector van het rusthuis St Jozef te Tongeren waar hij ook aalmoezenier was van het gevang. Hij overleed te Tongeren op 13/1/1973
Hij was een goed predikant en kunstliefhebber. Hij was de rechterhand van pastoor Thewissen en hield zich veel bezig met studerende jeugd en vergezelde de jongens op gemeenschappelijke uitstappen. Ook verzorgde hij menig straatkapelleke. De mooie (inmiddels afgebroken) Lourdesgrot aan de bibliotheekzaal werd onder zijn leiding door trouwe medewerkers opgericht. Op het koor in de kerk hangt nog een oude bel die de koorknaap tijdens de offerande zou rinkelen. De bel zou gegoten geweest zijn in 1716 en geleverd door het huis Dreesen in 1934. De bel draagt volgend opschrift; " Fait al Liège par Pierre le Vache anno 1716".
Bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 werd hij opgeroepen om zijn legerdienst te vervullen. Niet voor lang want na de overgave van het Belgisch leger keerde hij terug naar Eigenbilzen. Voor zijn vertrek uit Eigenbilzen verrijkte hij op 31/03/1941 de kerk met een zeshoekige kelk in verguld zilver met vergulde pateen en lepeltje, het al geborgen in een mooi juwelenkistje. De waarde bedroeg 4905 Fr. Dit pronkstuk werd vervaardigd door de firma F. Jacques uit Brussel.
Het was ook kapelaan Roozen die de grote doordrijver was om de drie houten altaren van de kerk te vervangen door moderne marmer altaren.
Kapelaan Roozen verliet Eigenbilzen in 1941. Ieder jaar bij gelegenheid van Kerstmis liet hij aan zijn vrienden een Kerstmisprent geworden met vrome wensen de getuigenis aflegde van zijn ware kunstzin.
Jozef Langhohr ( 1945 - 1955)


Kapelaan Jozef Langhohr zag het levenslicht te Cadier en Keer (nabij Maastricht) In 1945 werd hij tot kapelaan aangesteld te Eigenbilzen op een ogenblik dat hier de naweeën van de oorlog doorwoekerden. Hij verbleef hier 10 jaar samen met pastoor Meekers die langzamerhand wegkwijnde. Beiden verlieten ons op het einde van 1955. Kapelaan Langhohr werd eerst kapelaan benoemd te Eisden dorp, daarna pastoor te Grote Heide onder Neerpelt, ver van zijn geboortedorp en familie. Hij was ook pastoor te Elen waar ook pastoor-deken Janssen onze voorgaande kapelaan heeft vertoefd.
Jozef Colemont ( 1966 - 1970)

Vanaf 1955 tot 1966 heeft pastoor Nassen zonder kapelaan gezeten. Niettemin werd de kapelanie bewoond door op rust zijnde priesters. Het tijdstip is aangebroken dat Mgr De Bisschop last ondervindt om al zijn parochies van de nodige priesters te voorzien.
Van 1966 tot 1970 werd Pastoor Nassen bijgestaan door kapelaan Jozef Colemont die tevens leraar was aan het St Lambertuscollega te Bilzen. Ook hij was een kunstminnaar die hield van oude geschiedenis, beeldhouwkunsten fotografie en dia's enz..
Aan hem heeft de kleuterschool op de Locht, het grote H. Hartbeeld te danken dat er op de speelplaats prijkt en plechtig is ingehuldigd geworden Dit beeld had de kapelaan ontdekt in de hof van het klooster van de paters Jezuïeten te Alken. De brouwerij van Alken had het klooster met aanpalende eigendommen opgekocht. Intussen verhuisden de paters naar het bezinningstehuis in Godsheide.
In 1970 werd kapelaan-leraar Colemont benoemd tot pastoor te Martenslinde waar zijn kunstliefhebberij niet in de steek gelaten werd. Dit hebben zijn parochianen tijdens zijn verblijf aldaar al dikwijls ondervonden. Hij had het ook druk met zijn zuster Maria die als missiezuster werkzaam was te San Domingo, een der eilanden van de Grote Antillen en waar de onbeschaafdheid en armoede nog steeds hoogtij viert.
Jozef Serdons (1970 - 1972)

E.H. Serddons werd geboren te Klein Gelmen in 1922. Hij is missionaris geweest op het eiland Cuba waar hij na de revolutie uitgewezen werd. In 1970 werd hij aangesteld als coadjutor van pastoor Nassen. Als missie-animator was hij bovendien belast met het werk der missionarissen. In 1972 verliet hij de parochie om zich alleen nog met de missiewerking bezig te houden.
Sedert het vertrek van EH Serdons, al zovele jaren geleden zitten we nu nog altijd zonder kapelaan. De vraag die zich iedereen stelt is de volgende:" Zal Eigenbilzen nog wel ooit een kapelaan bekomen"? Die vraag
Jan Janssen (1941 - 1945)

Kapelaan Jan Janssen werd in volle oorlog, in 1941, hier in Eigenbilzen tot kapelaan benoemd. Met pastoor Meekers heeft hij met veel krachtdadigheid en opofferingsgeest de last en het leed gedeeld en gemilderd waarvan de inwoners het slachtoffer waren. Zijn zorg voor de kinderen waarvan er velen ondervoed waren lag hem nauw aan het hart. Tijdens de oorlog heeft hij het liefdadigheidswerk van "Winterhulp" een zeer verdienstelijke hulp toegestoken. Na de oorlog in het begin van het jaar 1945 werd kapelaan Janssen benoemd tot kapelaan van de St Martinuskerk te Hasselt. Daarna werd hij pastoor te Elen en vervolgens te Bocholt. Dan is hij vetrokken als pastoor-deken te Herk-de-stad.
Eigenbilzen