Eigenbilzen
Het kasteel Zangerheyde
Door Ferdy JANS werd uitvoerig onderzoek verricht naar het kasteel en de bewoners. Ook andere interessante bevindingen werden terug gevonden. Al deze opzoekingen zijn door Ferdy verhaald in boekvorm. 
Uw interesse naar "Zangerheyde" en Eigenbilzen zal zeker bevredigd worden in dit boek.  Wij stellen u hier graag een beknopte tekst ter beschikking met betrekking tot het kasteel van Zangerheyde. Indien u meer details wenst kunt u verder via deze link: ZANGERHEIJDE
In de 16de, 17de en 18de eeuw is de geschiedenis van Eigenbilzen eng verbonden met Zangerij. Van 1568 tot 1648 woedde in onze streken de Tachtigjarige oorlog tussen Spanje en de Verenigde Provincies (Nederland). Deze oorlog bracht veel ellende in onze streken en kostte duizenden het leven.  
Het kasteel van Zangerij heeft in de loop der eeuwen veel diensten bewezen, niet alleen aan de parochie maar ook aan de gemeenschap.
In vroegere tijden, toen de huisvaders het geld onontbeerlijk voor het onderhoud van hun gezin, werd hun werk verschaft op het kasteel, als dienstdoende rentmeester, dienstmeid, koetsier, molenaar, hovenier, paardenknecht, boswachter, boswerker, enz...
Al dit mooie van toen heeft zijn oorsprong bij de familie Haenen.
Een familie die vooral te Maastricht een belangrijke rol heeft gespeeld. Arnoldus Haen is schepen van Maastricht op 23 december 1332 en 10 april 1342.
In 1423 kreeg Aert Haen, zoon van Gielis van Elderen, het Haenengoed. Na een deling werd het Haenengoed verkocht op 4 oktober 1457 in de leenzaal van Kuringen aan Egidius van Vlijtingen, zoon van Arnold Haenen.
Een Michiel Haenen is laat van het laathof van Jonckholt op 24 mei 1514. Hendrik Haenen is schout van de buitenbank van Bilzen op 20 maart 1549, schepen op 25 juli 1572. Dezelfde is schepen van Munsterbilzen op 22 november 1573.
Een afstammeling van de familie Haenen is zich later komen vestigen in de Dorpsstraat, de laatste mannelijke vertegenwoordiger is Michiel Haenen (Giel Haenen) woonden tegenover de zuidelijke hoek, gevormd door de Eikenbeekstraat en de Dorpsstraat. Daarom heette tot voor enkele jaren de Eikenbeekstraat nog Haenensteeg. Zijn broeder Willem Haenen bouwde in de Mereweg het huis Clerx.(Zijn dochter was gehuwd met Clerx van Rijkhoven).
4 maart 1558: Michiel Haenen doet een ruiling met Jaspar van den Dijck, kanunnik van St-Servaes van Maastricht heer geweerleen Haenegoed door Michiel Haenen veranderd aan Johan van Merssen, burger van Maastricht.
Te midden van een bosrijke omgeving lag op het gebied van de gemeente Eigenbilzen een imposant kasteel, Zangerij geheten. In zijn vroegere vorm diende het eertijds tot woning van een familie, die in haar verwantschap zo innig met Limburg verbonden is.
De naam Zangerij zou, volgens wijlen R. Enckels, ontleend zijn aan de bediening van een der eerste bekende eigenaars, nl. Jaspar van den Dijck, kanunnik en "senger tot Sinte Servaes van Maastricht" die in 1557 alle goederen van zijn overleden broer Ardt erfde. In die goederen was het "Haenengoed" begrepen, genoemd naar de naam van de bewoner Willem Haen en zijn voorvaderen. Jaspar van Dijck liet het leengoed over aan zijn neef Arnold de Heusch.
Het geslacht de Heusch is afkomstig van 's-Hertogenbosch en heeft als stamvader Floris di Hoch, Hoesch of Heusch.
Zijn jongste zoon, Hendrik di Hoesch, gehuwd met Catharina van Geel, wordt in 1435 en 1440 vermeld als schepen.
Ook zijn kleinzoon, Hendrik gedoopt ca. 1525, was schepen van 's-Hertogenbosch en was gehuwd in 1545 met Martha van Hedel.
Een van hun zes kinderen, Arnold de Heusch, was de eerste heer op de Zangerij te Eigenbilzen. Omdat het goed afkomstig was van een zanger, werd het van toen af in het Latijn "Cantoria" of  Zangerij genoemd.
De Zangerheyde
In 1580 wordt het Haenengoed, nu Zangerij, in Kuringen gereleveerd door jonker Willem de Heusch.
In 1680 verpandt de Luikse bisschoppelijke tafel, de leenzaal van Kuringen, de heerlijke rechten over Eigenbilzen en Gellik aan de familie de Heusch de Zangerye, die op haar gebied zal optreden als schout.
Het kasteel was de residentie van de familie de Heusch de Zangerye, die sinds 1680 de heerlijke rechten over Eigenbilzen bezat. Op de Ferrariskaart (1771-1777) is het een imposant waterkasteel, bestaande uit een U-vormige vleugel aan de noordzijde, die met de open zijde gericht is naar een aansluitend zuidelijk gelegen gebouwenblok, gegroepeerd rondom een rechthoekige binnenplaats, laatstgenoemde mogelijk het neerhof; aan deze zijde bevindt zich een brug over de gracht.Van dit kasteel blijven geen resten bewaard
In de loop van de eerste helft van de 19de eeuw wordt het afgebroken en vervangen door een alleenstaand, rechthoekig gebouw en een ruim neerhof in gesloten vorm rondom een vierkante binnenplaats, zoals weergegeven in de Atlas van de Buurtwegen (1845). De eigenlijke ingang tot het kasteel werd verlegd naar de noordzijde.
De omgrachting verdween in zijn oorspronkelijke vorm; een nieuw grachtensysteem omringde het nieuw aangelegde (eerste helft of derde kwart van de 19de eeuw) park in Engelse stijl, met grote vijver; dit park was vrij uitgestrekt en grensde aan dat van het kasteel van Groenendaal (Waltwilder).
Dit kasteel wordt in 1955 afgebroken, na verkoop en verkaveling van het domein. Er resten thans slechts de monumentale dienstgebouwen, waarvan niet duidelijk is of zij de oorspronkelijke zijn van het complex uit de eerste helft van de 19de eeuw, of een versie uit de tweede helft van de 19de eeuw.

Vier identieke vleugels gegroepeerd rondom een vierkante binnenplaats, toegankelijk via de noordelijke en de zuidelijke vleugel, die een monumentalere uitwerking kregen: de noordelijke vleugel is voorzien van twee vrij diepe hoekrisalieten, de zuidelijke vleugel van een vierkante toren met achtkantige lantaarn boven de middentravee. Bakstenen gebouwen onder zadeldaken (golfplaten), op een hardstenen plint. Elke vleugel telt vijf traveeën en twee bouwlagen De erfzijdegevels zijn op de eerste bouwlaag voorzien van getoogde deuren in een vlakke, hardstenen omlijsting ingeschreven in verdiepte, getoogde muurvlakken, die op sommige plaatsen vervangen zijn door getoogde poorten van dezelfde afmetingen; deze arcade is voorzien van hardstenen sluitstenen en onderling verbonden imposten. Op de bovenverdieping bevinden zich rechthoekige vensters in verdiepte, rondboogvormige muurvlakken, eveneens voorzien van hardstenen sluitsteen en kordonvormende lekdrempels. In één van de hoeken van de binnenplaats staat een hardstenen pomp.

De façade aan noordzijde heeft dezelfde ordonnantie, doch de arcades zijn hier afgewerkt met geblokte, hardstenen omlijstingen. De zuidelijke gevel is soberder; er bevinden zich slechts drie bovenvensters en een poort, op dezelfde manier afgewerkt. De toren is voorzien van hardstenen hoekbanden, een rondboogvormige duiventil en een puntgevel aan elke zijde. De lantaarn is met leien bekleed en aan vier zijden voorzien van een rondboogvenster. Tentdakje met windvaan.
De omgrachting van het park bleef behouden, evenals de vijver.
Eigenbilzen
BOEK: HET VERDWENEN KASTEEL VAN ZANGERHIJ