Eigenbilzen
Pastoor Arthur Thewissen 1933-1941
Eigenbilzen
In 1933 werd de E.H. Theuwissen pastoor benoemd in onze parochie, hij werd geboren te Houthalen op 18 april 1882. Op 27 mei 1933 was de plechtige inhuldiging van pastoor Theuwissen hier te Eigenbilzen. Het is het gebruik hier te Eigenbilzen beurtelings de pastoor af te halen langs de Dorpsstraat, aan de grens van Mopertingen en langs de Lochtstraat, bij het kasteel van Zangerij. Deze keer was het de beurt aan de Lochtstraat. Alles was mooi versierd, overal hingen de vlaggen uit, de Lochtenaren hadden gezorgd voor een prachtige grot. Aan de ingang van het kasteel werd de pastoor opgewacht. Rond 3 uur stapte hij vergezeld van deken Paquay van Bilzen uit de auto. De harmonie Aurora speelde het nationaal volkslied en daarna de Vlaamse leeuw. De welkomsgroet werd eerst uitgesproken door een leerling van de jongensschool. Daarna nam
burgemeester Jozef Vertessen het woord, die de nieuwe herder zeer welkom heette. Na deze plechtigheid kwam de stoet in beweging. 59 ruiters gingen voorop, gevolgd door al de maatschappijen van de gemeente, voorzien van
hun vlaggen. Zo langs de Lochtstraat naar de kerk toe, daar aangekomen, aan de ingang van de kerk werd nogmaals hulde gebracht door een meisje van de zusterschool en door de voorzitter van de kerkfabriek. In de kerk die prachtig versierd was, beklommen beurtelings de deken en de nieuwe pastoor de kansel om de mensen te bedanken voor het welslagen van dit feest.
Het zegenkruis
Onder de triomfboog hangt een kruis van 6 m hoog en 4 m breed; het werd geschonken door de parochianen in 1934, tijdens het ambt van pastoor Theuwissen en kapelaan Roozen. Op de
uiteinden van het kruis vindt men: De vier evangelisten, in het Nieuwe Testament en de vroegchristelijke literatuur de benaming voor diegenen die als zendelingen, en veelal als helpers van een apostel, het evangelie verkondigden. De evangeliŽn dienen zeker niet als biogra?eŽn te worden beschouwd. Veeleer
moeten ze worden opgevat als geschriften, die verhalen van Gods bevrijdend handelen.
Johannes, feestdag 17 december, hij wordt afgebeeld als adelaar; met zijn broeder Jacobus de Meerdere was hij een der eersten die Jezus volgden. Hij is de schrijver van het vierde evangelie en van de Apocalyps of het boek der openbaringen, terwijl drie van zijn brieven in de H. Schrift zijn opgenomen.
Lucas, zijn feestdag is de 18de oktober, hij wordt afgebeeld als stier. De H. Lucas, geboren in AntiochiŽ, was geneesheer, en werd na zijn bekering door de H. Paulus diens metgezel. Wij kennen hem als de schrijver van een der evangeliŽn en als de samensteller van het Schriftuurboek. De Handelingen der Apostelen; waarin hij het leven van de eerste Kerk beschrijft. Hij stierf in het Griekse Thebe omstreeks 150 na Christus. Algemeen wordt aangenomen dat de evangelist Lucas eerst begraven lag in Griekenland,
daarna werd overgebracht naar Constantinopel en van daaruit naar de basiliek van het
Italiaanse Padua.
Mattheus, feestdag 21 september; hem werd de ?guur van de gevleugelde mens toegekend omdat hij zijn evangelie inzet met de menselijke afstamming van Christus uit het huis van David. Voordat de H. Mattheus door Christus geroepen werd om hem te volgen, heette hij Levi en was tollenaar, d. i. een ambtenaar in Romeinse dienst, belast met het innen der belastingen. Terwijl de H. Mattheus het evangelie verkondigde in ArabiŽ en EthiopiŽ, stelde hij het eerste der vier evangeliŽn samen. Zijn evangelie schreef hij hoofdzakelijk voor de joden. Vandaar dat hij met nadruk wijst op de voorspellingen uit het Oude Testament, die aan Jezus in vervulling zijn gegaan. Hij onderging volgens de overlevering de marteldood in EthiopiŽ
Marcus, feestdag de 25ste april, wordt afgebeeld als leeuw. Hij,
die een leerling van de H. Petrus genoemd werd, is de schrijver
van een der vier evangeliŽn, door hem opgesteld naar hetgeen hij
uit de mond van de H. Petrus gehoord had. De H. Marcus stierf
de marteldood; zijn lichaam werd later overgebracht naar VenetiŽ,
waar de basiliek aan hem is toegewijd. Vermelden we nog, dat op
25 april een boeteprocessie gehouden wordt, waarbij de litanie van alle heiligen gezongen wordt, om Gods zegen af te smeken over de vruchten der aarde.

Een nieuwe torenspits
In 1935 werd de spits van de kerktoren van 25 m hoogte gebracht
op 45 m. Dit was nodig omdat de nok van het kerkdak, sinds de
vergroting van de kern, in het onderste gedeelte van de toenmalige spits van de toren uitmondde. De spits werd helemaal afgebroken en de torenmuur met 9 m verhoogd. In elk der vier muren werden galmgaten voor de klank van de klokken voorzien en vier grote ronde openingen voor het aanbrengen van de verlichte wijzerplaten van de torenklok. De oude torenmuur zag er erg gehavend uit. De onderkant van de toren, bezet met onregelmatige granietstenen vertoonde barsten en sommige stenen waren los, dat werd ook hersteld. De aannemer die deze werken had uitgevoerd, was J. Jorissen van Hoeselt. Bij het afbreken van de oude torenspits kwam ook de torenhaan naar beneden.Het is aan deze gebeurtenis dat Thomas Lathouwers het mooie gedicht had gemaakt met als titel Dat zei de oude torenhaan. Dit gedicht werd vermeld in het Belang van Limburg op 23 december 1935
. Op 3 november 1935 werd de laatste hand gelegd aan de toren, als ook drie grote wijzerplaten van het uurwerk, met een diameter van twee meter met verlichting.
Koorbel en klokken
Op het koor van de kerk hangt nog een zeer oude bel, die beroerd wordt bij het binnenkomen van de priester om de mis te lezen. Deze klok zou gegoten zijn in 1716, besteld door kapelaan Roozen en geleverd door het huis Dreesen in 1934. De klok draagt volgend opschrift:
Fait ŗ Liťge, par Pierre le Vache: anno 1716.

In 1935 waren de kerkklokken bijna allen gebarsten. Een van de oude klokken werd vervangen door een zwaardere door toedoen van pastoor Theuwissen en tussenkomst van het gemeentebestuur. De tekst bleef behouden, er werden de volgende namen bijgezet;
R. D. Arthur Thewissen
D. Josephus Vertessen, burgimagister
Eigenbilzen 1935

In 1940 zorgde pastoor Theuwissen voor een nieuw hoofdaltaar en twee zij altaren. Ze zijn vervaardigd uit marmer. Het hoofdaltaar werd bekostigd door de kerkfabriek en de giften van parochianen. Van de twee zijaltaren werd het altaar van St.- Jozef geschonken door Jan Withofs, uit de Beekomstraat en het altaar van O.-L.-Vrouw door Marcel Lambert Moors, gehuwd met Katrien Meesters de
dochter van Cornelis de Veldwachter (Boy) het was hij die de historische woorden ďTREG AON DE BREGĒ uitsprak. In eerste instantie stond de preekstoel tegen de hoofdpilaar van het koor aan de epistelkant. Hij was voorzien van een gegraveerd klankbord. Aangezien de kerk op akoestisch gebied omwille van zijn hoog gewelf, geen voldoening gaf, had pastoor Theuwissen het klankbord doen vervangen, zodat de stem van de predikant beter hoorbaar was. Nu na de verfwerken van onze kerk staat de preekstoel weer terug op zijn oorspronkelijke plaats, waar zo een pronkstuk mag gezien worden. Onder de pastoor Theuwissen kwam ook een scheuring in het katholiek onderwijs. In 1935 werd op kosten van enkele weldoeners een
nieuwe katholieke school gebouwd op grond van de familie Lathouwers in de Winkelomstraat tegenover de pastorij. Het is aan pastoor Meekers te danken dat het geschil tussen de vorige pastoor en de aanhangers van de in 1935 opgerichte katholieke school in 1950 tot een verzoenend en bevredigend einde werd gebracht. De school die uit twee klaslokalen voor jongens bestond, werd naderhand omgevormd tot parochiaal centrum waar nu allerhande vergaderingen en feestelijkheden kunnen plaats vinden.
Deze klok werd gegoten door het huis Michiels van Doornik en plechtig gedoopt op 6 november 1936 door Paquay, pastoor deken van Bilzen. De peter van de klok was burgemeester Jozef Vertessen en de meter zijn vrouw Maria Withofs. Ze werd tijdens de oorlog door de Duitsers uit de toren gehaald, en kwam nooit meer terug.
Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit en werden de kerk en het kerkhof gebombardeerd door de Duitsers. Alle ruiten en de leien van het dak en de toren werden stukgeslagen. De marmeren altaren, de
biechtstoelen en het zegekruis bleven bij wonder ongeschonden. Het koor, de dwarsbeuk, de middenbeuk en de zijbeuken waren bezaaid met brokstukken van glas, leien en bakstenen. De 13de en de 14de statie van de kruisweg werden erg beschadigd. Tijdig kon pastoor Thewissen, bijgestaan door een zuster van het klooster, het H. sacrament nog in veiligheid brengen. Bijna alle inwoners waren op de vlucht geslagen, ergens tot de dorpen in het zuiden van onze provincie, waar ze dachten veilig te zijn. Na twee tot drie dagen keerde de meeste mensen terug. Bij hun thuiskomst werden er plunderingen vastgesteld.
In volle oorlog, in 1941, werd hier kapelaan J. Janssen benoemd. Zijn zorg voor de kinderen waarvan er velen ondervoed waren, lag hem nauw aan het hart. Na de oorlog, in het begin van 1945, werd hij aangesteld tot kapelaan van de St. Quintinuskerk van Hasselt. Met pastoor Meekers heeft hij met veel opofferingsgeest de last en het leed gedragen waarvan de inwoners het slachtoffer waren. Op 26 januari 1942 stierf pastoor Theuwissen hier in Eigenbilzen en werd eveneens begraven tegen de kerkmuur. Bij zijn begrafenis werd er tijdens de kerkdienst een brief voorgelezen van Mgr. Rutten bisschop van Luik, waarin hij de nadruk legde op de verdiensten van deze herder. De homolie werd voorgelezen door E.H. Victor Vrancken, deken van Bilzen. Namens de kerkfabriek werd door de voorzitter Jozef Bollen een
hulde- en dankbrief afgelezen, wijzende op al hetgeen door pastoor Theuwissen werd verwezenlijkt