Eigenbilzen
Pastoor Jan Baptiste Smeets
    1786 - 1825
Deze van 's Gravenvoeren afkomstige pastoor heeft in zijn leven een heel bewogen loopbaan gekend.
Eerst pastoor in het prinsbisdom Luik onder het oude regime toen Oostenrijk het bewind voerde over België (1786-1797).
Dan kwam de Franse omwenteling in 1789. Tussen 1795 en 1797 werd gans België door de Franse troepen bezet. De inlijving van het prinsbisdom Luik bij Frankrijk werd in 1797 bekrachtigd door het verdrag van Campo Formio. Hierop volgde het consulaat onder Napoleon (1799-1804) en daarna zijn keizerschap (1804-1814).

In 1796 verplichtte de bezetter de priesters de eed van trouw af te leggen aan de republiek en de haat tegen het Koningsdom. Pastoor Smeets heeft dit geweigerd. Hij leefde ondergedoken. 

Tijdens de Franse bezetting werden onze gewesten uitgeplunderd. De kerken werden overal gesloten, kerkdeuren verzegeld en de klokken mochten niet meer luiden omdat de Fransen bevreesd waren dat het klokkengeluid de inwoners zou aanzetten tot opstandigheid. Om het luiden onmogelijk te maken werden de klepels verwijderd.
Om te eindigen is pastoor Smeets nog 10 jaar (1815-1825) onze herder geweest onder het Nederlandse bewind toen België en Nederland verenigd waren.
In het geheim doopte de pastoor de kinderen en zegende hij huwelijken in. Men beweert dat de parochianen van Eigenbilzen via de school een gat in de muur hadden gemaakt en zich alzo toegang verschaften tot de kerk.
Op 22/12/1795 moest er per departement (Limburg behoorde tot het dep. Nedermaas) een lijst opgemaakt worden van alle beschikbare klokken. Nadien verscheen er een dikreet dat inhield dat alle klokken moesten ingeleverd worden. De uitvoering van dit dikreet werd zoveel mogelijk op de lange baan geschoven door lijsten laattijdig in te dienen. In de parochies die met opzet niet alle klokken aangaven en het verklapt werd, kwam er een "colonne mobile" zich ter plaatse van de waren toestand verzekeren. De klokken moesten worden verwijderd en de boeren moesten hen met hun karren naar Maastricht vervoeren.
Anekdote in Eigenbilzen:
"Toen de commissaris van Maastricht naar hier kwam om de klokken op te eisen werd hij naar de pastorie gelokt. Op sluwe wijze wist ZEH Pastoor hem aan de praat te houden terwijl hij hem flink trakteerde. Intussen werden de drie klokken door inwoners naar beneden gehaald . Twee werden onder de vloer van de kerk verstopt de derde werd op een kar onder het stro verstopt en alzo naar Maastricht gebracht.
Toen het Franse bestuur later toeliet de klokken te luiden moesten de gemeenten hun klokken terug halen te Maastricht. De klok werd terug naar Eigenbilzen gebracht en opgehangen.

Tijdens zijn consulaat sloot Napoleon een concordaat met de Paus en op Pinksteren 1802 werden de katholieke erediensten opnieuw toegelaten. Napoleon wilde in alles zijn zeggenschap hebben. Van 1808 tot 1829 bleef de plaats van bisschop vacant. Het prinsbisdom had opgehouden te bestaan.

In die moeilijke periode wist pastoor Smeets de kinderen te dopen. Eén van deze kinderen was Leonard Meesters, de honderdjarige die geboren is op 23/03/1796, zoon van Marcel en Maria Boelen.

In 1798 had de boerenkrijg plaats, de boeren waren ontevreden omdat ze dienden dienst te nemen bij het Franse leger. Vele boeren zijn toen om het leven gekomen maar er zijn geen Eigenbilzenaren gekend.
Wel zijn er drie Eigenbilzenaren gekend die ingelijfd waren in het Franse leger en alzo om het leven zijn gekomen. (Zie oorlog rubriek 14- 18 / napoleon)

Op 20/12/1821 wordt de kerk van Gellik vermeld als zijnde een hulpkerk (ecclesia auxiliaris) van Eigenbilzen. Na 1830 werd door bisschop Mgr Van Bommel de fusie teniet gedaan en werd Gellik weer een zelfstandige parochie.

Tijdens de Franse bezetting was ook de republikeinse kalender ingevoerd. Pastoor Smeets heeft zich echter nooit iets aangetrokken van deze kalender en heeft al zijn registers volgens de gregoriaanse kalender geboekt.
Eigenbilzen